Unilever kiest voor focus: Minder conglomerate, meer groei - Reuters
Unilever zet steeds nadrukkelijker in op een eenvoudiger bedrijfsmodel. De groep bouwt de blootstelling aan voeding af en wil zich sterker concentreren op beauty, persoonlijke verzorging en huishoudelijke producten.
Reuters beschrijft die strategie als een poging om niet alleen de groei te versnellen, maar vooral ook de forse waarderingskloof met meer gespecialiseerde concurrenten te verkleinen.
Die kloof is aanzienlijk. Unilever wordt gewaardeerd op ongeveer 11,5 keer de ondernemingswaarde ten opzichte van de operationele kernwinst. Procter & Gamble noteert rond 14,8 keer, L'Oréal op 17,5 keer en Coca-Cola zelfs op ongeveer 22,7 keer. De markt lijkt daarmee duidelijk bereid een hogere multiple te betalen voor bedrijven met een scherper profiel en een overtuigender groeiverhaal.
Onder CEO Fernando Fernandez heeft Unilever het tempo van de reorganisatie opgevoerd. De ijsdivisie werd afgesplitst en de voedingsactiviteiten worden samengevoegd met het Amerikaanse McCormick in een transactie met een waarde van ongeveer $65 miljard. Daarmee wordt Unilever veel minder een traditioneel breed consumentenconglomeraat.
De strategische gedachte is logisch. Voeding is voor Unilever weliswaar winstgevend en kent aantrekkelijke marges, maar de structurele groei ligt lager dan bij beauty en persoonlijke verzorging. Door meer kapitaal, marketing en innovatie op minder categorieën te richten, hoopt het concern sneller te kunnen groeien en uiteindelijk een hogere waardering te verdienen.
Reuters wijst daarbij op Procter & Gamble als belangrijk voorbeeld. P&G heeft in het verleden eveneens activiteiten afgestoten en het aantal merken sterk teruggebracht. Daarna verbeterde de groei en betaalden beleggers jarenlang een duidelijke premie voor het aandeel. Unilever probeert in feite een vergelijkbaar traject te volgen.
De markt wil nu bewijs zien
Het probleem is dat de reorganisatie op zichzelf niet voldoende is. Beleggers willen eerst zien dat het nieuwe Unilever daadwerkelijk sneller kan groeien. Een portefeuillemanager die door Reuters wordt aangehaald, stelt dat waarschijnlijk drie tot vier kwartalen met sterke volumegroei nodig zijn voordat de markt echt overtuigd raakt.
Daar komt een tweede punt bij. Na de combinatie van de voedingsdivisie met McCormick blijft Unilever zelf een belang van bijna 10% in het nieuwe bedrijf houden, terwijl de huidige aandeelhouders van Unilever gezamenlijk ongeveer 55% krijgen. Daardoor verdwijnt de blootstelling aan de relatief traag groeiende voedingsactiviteiten niet volledig.
Juist dat maakt de komende kwartalen belangrijk. De discussie verschuift van het verkopen en afsplitsen van activiteiten naar de vraag of het management operationeel kan leveren. De eerste signalen zijn positief. Unilever meldde in juli dat de volumegroei het hoogste niveau in meer dan tien jaar had bereikt.
Beursduiding
Voor beleggers draait de Unilever-case daarom steeds minder om de volgende grote desinvestering en steeds meer om de winstgroei die daarna moet volgen. De lage waardering biedt in theorie ruimte voor een herwaardering, maar alleen wanneer beauty, persoonlijke verzorging en huishoudelijke producten structureel hogere groei laten zien.
Dat maakt Unilever op dit moment vooral een execution story. De strategie is duidelijker geworden en het concern begint een deel van de klassieke conglomerate discount af te bouwen. Maar de markt geeft een hogere waardering nog niet cadeau.
Wanneer Unilever meerdere kwartalen achter elkaar sterke volumegroei, solide marges en een betere winstgroei laat zien, kan de waarderingskloof met bijvoorbeeld Procter & Gamble kleiner worden. Lukt dat niet, dan blijft de huidige korting waarschijnlijk terecht.
De kern van de analyse van Reuters is daarmee eenvoudig: Unilever heeft het concern eenvoudiger gemaakt, maar moet nu bewijzen dat minder activiteiten uiteindelijk meer waarde opleveren.
English version
Unilever bets on focus: less conglomerate, more growth
Unilever is increasingly moving towards a simpler business model. The group is reducing its exposure to food and wants to concentrate more heavily on beauty, personal care and home care products. Reuters describes the strategy as an attempt not only to accelerate growth, but also to close the substantial valuation gap with more focused competitors.
That gap is significant. Unilever trades at around 11.5 times enterprise value to core earnings. Procter & Gamble trades at roughly 14.8 times, L'Oréal at 17.5 times and Coca-Cola at approximately 22.7 times. Investors therefore appear willing to pay a clear premium for consumer companies with a more focused portfolio and a stronger growth profile.
Under CEO Fernando Fernandez, Unilever has accelerated the restructuring of the group. Its ice cream business has been spun off, while the food division is being combined with US spice maker McCormick in a transaction worth around $65 billion. The result is a company that will look much less like a traditional diversified consumer conglomerate.
The strategic rationale is relatively straightforward. Food remains profitable for Unilever and has historically generated attractive margins, but its structural growth has lagged beauty and personal care. By directing more capital, marketing and innovation towards fewer categories, Unilever hopes to accelerate growth and eventually command a higher valuation.
Reuters points to Procter & Gamble as an important example. P&G previously exited food and sharply reduced the number of brands in its portfolio. Growth subsequently improved and investors awarded the company a valuation premium for much of the following decade. Unilever is effectively trying to follow a similar path.
Investors now want proof
The problem is that restructuring alone will not be enough. Investors want evidence that the new Unilever can actually deliver faster growth. One portfolio manager quoted by Reuters suggested that the company may need three or four quarters of strong volume growth before sceptical investors become convinced.
There is also a second concern. Following the combination of Unilever's food division with McCormick, Unilever itself will retain a stake of almost 10% in the combined company, while existing Unilever shareholders will collectively own around 55%. Exposure to the slower-growing food business therefore does not disappear completely.
That makes the coming quarters particularly important. The investment debate is shifting away from portfolio reshuffling and towards execution. Early signs have improved. In July, Unilever reported that sales volumes had reached their strongest level in more than a decade.
Market view
For investors, the Unilever story is therefore becoming less about the next major divestment and more about the earnings growth that should follow the restructuring. The relatively low valuation creates room for a potential re-rating, but only if beauty, personal care and home care can deliver structurally stronger growth.
Unilever is now primarily an execution story. The strategy has become clearer and the company is beginning to address part of the traditional conglomerate discount. But investors are not yet willing to award the higher multiple automatically.
If Unilever can deliver several consecutive quarters of strong volume growth, solid margins and better earnings growth, the valuation gap with companies such as Procter & Gamble could narrow. If execution disappoints, the current discount is likely to remain justified.
The central message from the Reuters analysis is therefore straightforward: Unilever has made the group simpler, but it now has to prove that doing less can ultimately create more value.
Disclaimer Aan de door ons opgestelde informatie kan op geen enkele wijze rechten worden ontleend. Alle door ons verstrekte informatie en analyses zijn geheel vrijblijvend. Alle consequenties van het op welke wijze dan ook toepassen van de informatie blijven volledig voor uw eigen rekening.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen of schade die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de door ons gepubliceerde informatie. U bent zelf eindverantwoordelijk voor de beslissingen die u neemt met betrekking tot uw beleggingen.