Franse luxe in wachtkamer: Wat moet er gebeuren voordat we weer vol willen instappen?
■ LVMH, Hermès en Kering volgen we met grote interesse, maar op dit moment blijven we in de wachtkamer. De koersen zijn fors teruggekomen en de laatste cijfers bevatten duidelijke verbeteringen, maar de recente sectorgegevens wijzen nog niet op een overtuigende en breed gedragen nieuwe groeifase.
■ Bij LVMH moet vooral Fashion & Leather Goods bewijzen dat de omslag naar groei duurzaam is. De divisie ging van 2% organische krimp in het eerste kwartaal naar 1% groei in het tweede kwartaal, terwijl Dior onder Jonathan Anderson begint te versnellen. De forse bijkopen van de familie Arnault zijn interessant, maar operationeel bewijs blijft voor ons belangrijker.
■ Bij Hermès hoeft weinig gerepareerd te worden. De operationele marge bedraagt nog altijd 41%, de balans bevat bijna €13 miljard aangepaste nettocash en de vrije kasstroom blijft uitzonderlijk sterk. Hier draait het vooral om de vraag of de groei voldoende kan versnellen om de nog altijd forse waarderingspremie te dragen.
■ Bij Kering draait vrijwel alles om bewijs dat Gucci daadwerkelijk uit de jarenlange daling komt. De omzettrend is sterk verbeterd, Luca de Meo voert met ReconKering een ingrijpende reorganisatie uit en de balans is fors versterkt. Maar Gucci zat in het tweede kwartaal nog altijd op 2% vergelijkbare krimp. Voor ons moet verbetering eerst echte groei worden.
■ De volgende stijgingsfase van luxe zal waarschijnlijk minder uit prijsverhogingen en meer uit desirability moeten komen. De consument is kritischer geworden en recente research wijst erop dat emotionele aantrekkingskracht, nieuwe sterke producten, exclusiviteit en echte full-price vraag opnieuw belangrijker worden. Dat is precies waar wij bij deze drie aandelen op wachten.
Investment view
Wij volgen LVMH, Hermès en Kering nadrukkelijk, omdat de forse koersdalingen en de eerste operationele verbeteringen de Franse luxesector opnieuw interessanter maken. Dat betekent voor ons echter nog niet dat het moment is gekomen om vol in te stappen, want daarvoor is het herstel nog te broos en lopen de ontwikkelingen per merk te sterk uiteen.
Begin september staat de Europese luxesector ongeveer 19% lager sinds het begin van 2026. Dat maakt het logisch om opnieuw scherper naar de sector te kijken, maar de meest recente informatie laat tegelijkertijd zien waarom voorzichtigheid nog steeds nodig is. Bank of America ziet in de beschikbare cijfers voor het derde kwartaal een vertraging van de luxevraag van ongeveer drie procentpunt ten opzichte van het tweede kwartaal, waarbij onder meer de Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea en andere delen van Azië zwakker ogen.
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid tussen een fors gedaalde beurskoers en een onderneming waarvan de winstcyclus daadwerkelijk is gedraaid. Wij willen daarom niet proberen de exacte bodem in deze aandelen te raden, maar eerst bewijs zien dat de fundamentele ontwikkeling duurzaam verbetert. Bij LVMH draait dat vooral om duurzame groei bij Fashion & Leather Goods, verdere tractie bij Dior en Louis Vuitton en een herstel dat breed genoeg is om ook de winstverwachtingen structureel omhoog te krijgen. Bij Hermès kijken we vooral naar de verhouding tussen groeitempo en waardering, terwijl bij Kering harde bevestiging nodig is dat Gucci niet alleen minder hard krimpt, maar werkelijk terugkeert naar groei, dat de nieuwe producten aanslaan, de marges herstellen en de balans steeds meer vanuit de onderliggende operatie wordt versterkt.
Onze positie is daarmee helder. We volgen de drie aandelen met grote interesse, maar zien op dit moment nog onvoldoende bewijs om haast te maken met opnieuw vol instappen.
De luxemarkt heeft meer nodig dan alleen een sterkere Chinese economie
De jaren na de pandemie waren uitzonderlijk voor de luxesector. Veel grote merken konden omzet en winst verhogen door stevige prijsverhogingen, terwijl vermogende consumenten veel bleven besteden. Dat model heeft echter zijn grenzen bereikt, omdat de consument kritischer is geworden en prijsverhogingen niet onbeperkt kunnen compenseren voor zwakkere volumes.
McKinsey constateerde eerder al dat prijsverhogingen gedurende een groot deel van de post-pandemische expansie veel belangrijker waren voor de groei dan hogere volumes. In recent onderzoek onder meer dan 2.000 luxeklanten in de Verenigde Staten en China komt bovendien naar voren dat emotionele aantrekkingskracht steeds belangrijker wordt dan traditionele statussignalen alleen. Kwaliteit, vakmanschap en historie blijven noodzakelijk, maar zijn voor de consument steeds meer een minimale toegangseis geworden. De producten moeten opnieuw voldoende begeerte oproepen om klanten daadwerkelijk naar de winkel te trekken en de volledige prijs te laten betalen.
Voor beleggers verandert daarmee ook de vraag die aan een luxebedrijf moet worden gesteld. Het gaat niet alleen om hoeveel een merk volgend jaar de prijzen kan verhogen, maar vooral om welke producten consumenten werkelijk willen bezitten. Dat raakt Louis Vuitton, Dior en Gucci rechtstreeks, omdat schaal alleen niet voldoende is wanneer de culturele relevantie en productkracht afnemen.
Ook sell-side research maakt dat onderscheid steeds vaker. Sommige researchhuizen hebben meer vertrouwen in absolute luxury dan in merken die sterker afhankelijk zijn van de aspirational consument, terwijl andere benadrukken dat een eventueel sectorherstel waarschijnlijk zeer ongelijk zal verlopen. Dat is precies waarom LVMH, Hermès en Kering niet als één gezamenlijke trade kunnen worden beoordeeld.
LVMH: de omslag is zichtbaar, maar 1% groei is nog geen nieuwe groeicyclus
LVMH rapporteerde over de eerste helft van 2026 een omzet van €38,6 miljard. Organisch groeide de groep met 2%, waarbij de groei in het tweede kwartaal versnelde naar 3%. De winst uit terugkerende activiteiten bedroeg €8,7 miljard, de operationele marge bleef met 22,5% hoog, de operationele vrije kasstroom kwam uit op €4,1 miljard en de nettoschuld daalde naar €8,25 miljard. Daarmee staat het concern financieel stevig, maar voor het aandeel ligt het belangrijkste signaal wat ons betreft bij Fashion & Leather Goods.
Deze divisie, met onder andere Louis Vuitton, Christian Dior, Loro Piana, Celine en Loewe, realiseerde over het eerste halfjaar nog 1% organische krimp. De ontwikkeling binnen het halfjaar is echter duidelijk beter geworden. In het eerste kwartaal daalde Fashion & Leather Goods organisch nog met 2%, terwijl in het tweede kwartaal 1% groei werd gerealiseerd. Dat is een omslag, maar voor ons nog geen bewijs dat een nieuwe groeicyclus is begonnen.
Een divisie die in één kwartaal 1% groeit, kan nog te veel worden beïnvloed door vergelijkingsbasis, regionale verschillen of tijdelijke productcycli. Wij willen daarom zien dat de verbetering in de komende kwartalen wordt bevestigd en dat de groei breder wordt gedragen door zowel Louis Vuitton als Dior.
Dior moet de creatieve vernieuwing omzetten in omzet
Een van de interessantste ontwikkelingen binnen LVMH is Christian Dior. Jonathan Anderson heeft inmiddels zijn eerste ontwerpen bij Dior in de markt gezet en LVMH spreekt zelf over een zeer sterke start. Nieuwe producten, waaronder de Cigale-bag, kregen een positieve ontvangst en kunnen helpen om het merk opnieuw meer culturele relevantie en winkelverkeer te geven.
Voor beleggers is dat pas echt belangrijk wanneer de creatieve vernieuwing zich vertaalt in structureel hogere verkopen tegen volledige prijzen. Bij een groot luxehuis kan een succesvolle creatieve wissel een complete commerciële cyclus starten, waarbij nieuwe ontwerpen eerst aandacht genereren en vervolgens uitgroeien tot hero-products die meerdere seizoenen omzet en marge bijdragen.
Tegelijk moet Louis Vuitton zijn enorme schaal blijven combineren met exclusiviteit. Dat is een wezenlijke uitdaging, want hoe groter een luxemerk wordt, hoe moeilijker het is om te voorkomen dat het product als alomtegenwoordig wordt ervaren. Voor LVMH is het daarom niet voldoende dat Dior tijdelijk opleeft; de kernmerken moeten gezamenlijk weer voldoende desirability creëren om de divisie duurzaam sneller te laten groeien.
Jewelry biedt LVMH een tweede motor
Fashion & Leather Goods krijgt terecht de meeste aandacht, maar Watches & Jewelry ontwikkelde zich duidelijk sterker. De divisie groeide in het eerste halfjaar organisch met 9% en in het tweede kwartaal zelfs met 11%, waarbij Tiffany en Bvlgari sterke prestaties leverden.
Dat is relevant omdat de luxemarkt momenteel sterk polariseert. High-end jewellery laat op verschillende plaatsen sterkere vraag zien dan meer toegankelijke handbags en fashion. Voor LVMH vermindert die diversificatie de afhankelijkheid van één consumentencategorie, terwijl ook Selective Retailing met onder meer Sephora een extra groeimotor biedt.
Voor de beurskoers blijft Fashion & Leather Goods echter doorslaggevend. Pas wanneer deze divisie structureel sneller groeit, kan dat de winstverwachtingen voor het totale concern duidelijker omhoog trekken.
De familie Arnault blijft bijkopen
Disclaimer Aan de door ons opgestelde informatie kan op geen enkele wijze rechten worden ontleend. Alle door ons verstrekte informatie en analyses zijn geheel vrijblijvend. Alle consequenties van het op welke wijze dan ook toepassen van de informatie blijven volledig voor uw eigen rekening.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen of schade die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de door ons gepubliceerde informatie. U bent zelf eindverantwoordelijk voor de beslissingen die u neemt met betrekking tot uw beleggingen.