Navigation

🌧️ Perfect Storm: Wat als alles tegelijk komt? - Herhaling

🌧️ Perfect Storm: Wat als alles tegelijk komt? - Herhaling
SCE Trader

Dit artikel is gisteren reeds geplaatst en wordt nu herhaald.

Geen tijd om het volledige artikel te lezen? Gebruik dan de vijf onderstaande bullets voor de belangrijkste punten.
■ Dit artikel is nadrukkelijk geen prognose, crashvoorspelling of ons basisscenario. Het is een scenarioanalyse van wat er kan gebeuren wanneer verschillende risico's die nu afzonderlijk zichtbaar zijn tegelijkertijd escaleren en elkaar beginnen te versterken.
■ De gevaarlijkste combinatie ontstaat wanneer een langdurige energie- en geopolitieke schok de inflatie hoog houdt terwijl de economische groei afzwakt. Centrale banken krijgen dan minder ruimte om financiële markten met renteverlagingen te ondersteunen, terwijl lange kapitaalmarktrentes juist hoog kunnen blijven of verder stijgen.
■ De schade kan vervolgens veel verder gaan dan aandelen. Hogere staatsrentes en oplopende credit spreads kunnen bedrijfsfinanciering, AI-investeringen, banken en private credit tegelijk raken, terwijl hoge leverage bij hedgefondsen en een mogelijke unwind van de yen carry trade gedwongen verkopen kunnen versterken.
■ Voor aandelen ontstaat in het negatieve scenario uiteindelijk de slechtste combinatie: eerst lagere waarderingen door hogere discount rates en vervolgens lagere winsttaxaties door dure energie, hogere rentelasten en zwakkere consumptie. Dan dalen zowel de P/E als de winst waarop die multiple wordt toegepast.
■ Een echte perfecte storm vereist dat veel schakels tegelijkertijd verkeerd vallen. De-escalatie in het Midden-Oosten, lagere energieprijzen, afnemende inflatie, sterke bedrijfswinsten of hernieuwde ruimte voor centrale banken kunnen de keten verbreken voordat een brede financiële crisis ontstaat.

Wil je alle artikelen kunnen lezen en elke podcast beluisteren? Neem dan een abonnement en krijg toegang tot alle artikelen en de database met duizenden berichten.

Dit artikel is geen voorspelling dat financiële markten voor een crash staan. Het is evenmin onze verwachting dat alle onderstaande risico's daadwerkelijk tegelijkertijd zullen materialiseren. De vraag die wij hier stellen is bewust hypothetisch: wat gebeurt er wanneer een aantal spanningen die nu al afzonderlijk zichtbaar zijn niet verdwijnen, maar juist tegelijkertijd verslechteren?

Dat onderscheid is essentieel. Brent rond $100, een Amerikaanse 10-jaarsrente richting 5%, geopolitieke escalatie of problemen binnen private credit zijn afzonderlijk beheersbare gebeurtenissen. Een perfecte storm ontstaat pas wanneer deze factoren elkaar beginnen te versterken en de gebruikelijke buffers in het financiële systeem tegelijkertijd minder goed functioneren.\

Wil je alle artikelen kunnen lezen en elke podcast beluisteren? Neem dan een abonnement en krijg toegang tot alle artikelen en de database met duizenden berichten.

Investment view

Mocht dit scenario daadwerkelijk ontstaan, dan is onze investment view duidelijk negatief voor brede financiële markten. Het bijzondere risico zit niet in één asset class, maar juist in de mogelijkheid dat verschillende markten die normaal bescherming tegen elkaar bieden tegelijkertijd onder druk komen.

Een klassieke groeischok zorgt doorgaans voor lagere aandelenkoersen, maar ook voor dalende inflatieverwachtingen en stijgende staatsobligaties. Centrale banken kunnen vervolgens de rente verlagen, waardoor obligaties een buffer vormen en financiële condities uiteindelijk weer versoepelen. Een geopolitiek gedreven energieschok kan precies het tegenovergestelde veroorzaken: aandelen dalen terwijl inflatie stijgt en lange staatsrentes eveneens omhooggaan.

De volgende stap is krediet. Wanneer zowel de risicovrije rente als de credit spread stijgt, nemen de financieringskosten van bedrijven veel sneller toe dan wanneer alleen Treasury-yields bewegen. Dat raakt uiteindelijk investeringen, vastgoed, leveraged bedrijven, private credit en de enorme financieringsbehoefte die inmiddels rond AI-infrastructuur is ontstaan.

Daar bovenop kunnen technische marktstructuren de beweging versterken. Hoge hedgefundleverage, yen-gefinancierde carry trades en relatief weinig bescherming in de optiemarkt zijn geen probleem zolang markten ordelijk bewegen. Zodra volatiliteit abrupt stijgt, kunnen dezelfde structuren voor gedwongen deleveraging zorgen.

Dat is de perfecte storm die wij analyseren: niet één grote schok, maar een keten waarin macro-economie, krediet en marktpositionering elkaar negatief beginnen te versterken.

De uitgangspositie is rustiger dan de risico's doen vermoeden

Een van de opvallendste kenmerken van de huidige markt is dat aandelen ondanks geopolitieke spanningen en stijgende obligatierentes nog steeds dicht bij hoge niveaus handelen. De VIX beweegt rond 15 en ligt daarmee onder zijn langetermijngemiddelde, terwijl credit spreads relatief krap blijven.

Dat kan volledig rationeel zijn. De wereldeconomie groeit nog, bedrijfswinsten zijn sterk en vooral de AI-investeringscyclus heeft de Amerikaanse economie een uitzonderlijk krachtige kapitaalinjectie gegeven. Beleggers hebben bovendien de afgelopen jaren meerdere geopolitieke en inflatieschokken zien verdwijnen zonder dat daar een diepe recessie uit voortkwam.

De keerzijde is dat weinig stress ook betekent dat weinig stress is ingeprijsd. Wanneer beleggers relatief weinig bescherming bezitten, positioning crowded is en credit tegen krappe spreads handelt, kan een onverwachte verslechtering een grotere prijsaanpassing noodzakelijk maken.

Dat is geen argument om nu een daling te voorspellen. Het betekent uitsluitend dat de uitgangspositie bij een echte systeemschok minder defensief kan blijken dan de rustige volatiliteitsindices suggereren.

De eerste vonk kan uit energie en geopolitiek komen

Brent beweegt opnieuw rond $100 per vat en WTI rond het midden van de $90. De belangrijkste reden is niet alleen de fysieke productie van olie, maar onzekerheid over transport, infrastructuur en verdere escalatie rond het conflict met Iran en de Straat van Hormuz.

Hormuz is uitzonderlijk belangrijk omdat een groot deel van de mondiale olie- en LNG-stromen door een relatief smalle vaarroute moet. Zelfs zonder volledige blokkade verhogen militaire incidenten, verzekeringspremies, vertragingen en omvaarrisico's de effectieve kosten van energie.

Europa heeft daarnaast een eigen kwetsbaarheid. TTF-gas is opnieuw sterk gestegen, terwijl Duitse gasvoorraden ongebruikelijk laag zijn voor de tijd van het jaar. Europa beschikt inmiddels over veel meer LNG-importcapaciteit dan tijdens de energiecrisis van 2022, maar die flexibiliteit heeft een prijs: LNG moet op een mondiale markt worden gekocht waar Europa concurreert met Aziatische afnemers.

Rusland en Oekraïne vormen een tweede geopolitieke laag. Nieuwe aanvallen op havens, exportinfrastructuur en energievoorzieningen rond de Zwarte Zee laten zien dat de oorlog ook jaren na de invasie nog directe gevolgen kan hebben voor grondstoffen, voedselstromen en energie-infrastructuur.

Geen van die factoren hoeft afzonderlijk een financiële crisis te veroorzaken. In een perfecte storm zorgen zij ervoor dat de oorspronkelijke energieprijsstijging niet snel genoeg verdwijnt om de rest van het systeem rust te geven.

Wanneer dure energie van inflatie naar groei overslaat

De eerste economische reactie op hogere olie en gas is inflatoir. Benzine, diesel, kerosine, elektriciteit, transport en petrochemische input worden duurder, waarna bedrijven moeten beslissen welk gedeelte van die kosten zij kunnen doorberekenen.

In het begin kan dat grotendeels een prijsverhaal blijven. Ondernemingen gebruiken hedges, bestaande contracten en voorraadposities waardoor de volledige beweging pas met vertraging in de winst-en-verliesrekening terechtkomt.

Bij een langdurige schok verandert dat. Hedges lopen af, nieuwe contracten worden tegen hogere prijzen afgesloten en transporttoeslagen komen uiteindelijk in vrijwel iedere fysieke goederenketen terecht.

Daarna begint het groeieffect. Huishoudens die meer geld uitgeven aan benzine, elektriciteit en verwarming hebben minder ruimte voor discretionaire consumptie, terwijl bedrijven met onvoldoende pricing power zelf een groter deel van de kosten absorberen.

Op dat moment heeft de energieschok twee gezichten gekregen: inflatie blijft hoog terwijl de reële vraag begint te verzwakken. Juist die combinatie maakt de volgende stap voor centrale banken problematisch.

Centrale banken verliezen hun normale nooduitgang

Normaal gesproken is een snel verslechterende economie uiteindelijk goed nieuws voor obligaties. Centrale banken kunnen rentes verlagen en daarmee financieringskosten verminderen.

In de perfecte storm werkt dat mechanisme veel minder goed. Wanneer olie en gas de inflatie opnieuw versnellen, kan een centrale bank niet eenvoudig reageren op zwakkere groei met agressieve renteverlagingen zonder het risico te lopen de inflatieverwachtingen verder los te maken.

Dat dilemma speelt niet alleen in de Verenigde Staten. Ook Europa wordt rechtstreeks geconfronteerd met geïmporteerde energie-inflatie en Japan beweegt juist verder weg van het ultralage-rentebeleid dat decennialang een bron van goedkoop mondiaal kapitaal was.

De financiële markt verliest daarmee een belangrijk vangnet. De gedachte dat iedere sell-off uiteindelijk door een soepelere centrale bank wordt opgevangen, wordt veel minder betrouwbaar wanneer de oorspronkelijke schok inflationair is.

De lange rente wordt de belangrijkste transmissieriem

Wanneer centrale banken niet kunnen versoepelen terwijl beleggers meer inflatierisico zien, kan het lange einde van de rentecurve verder omhoog.

De Amerikaanse 10-jaarsrente beweegt inmiddels rond 4,8%, terwijl 30-jaarsrentes boven 5% liggen. In andere grote obligatiemarkten zien we dezelfde herwaardering van lang kapitaal, waaronder uitzonderlijk hoge Britse gilt-rentes en sterk opgelopen Japanse staatsrentes.

Dat raakt vrijwel iedere financiële waardering. Hypotheken worden duurder, bedrijfsobligaties moeten tegen hogere coupons worden geplaatst en commerciële vastgoedprojecten moeten met hogere capitalization rates worden doorgerekend.

Voor aandelen stijgt de discount rate. Een bedrijf kan precies dezelfde winstverwachting houden en toch minder waard worden wanneer beleggers een hogere risicovrije rente kunnen ontvangen.

Voor overheden ontstaat bovendien een zichzelf versterkende uitdaging. Schuld die tegen oude lage coupons afloopt, moet tegen hogere rentes worden geherfinancierd, waardoor rentelasten verder stijgen en toekomstige begrotingen nog meer onder druk komen.

Fiscale kwetsbaarheid wordt dan onderdeel van de storm

De Verenigde Staten staan centraal in de discussie door een staatsschuld boven $40 biljoen en een begrotingstekort van ongeveer 6% van het bbp, maar het verschijnsel is niet uitsluitend Amerikaans.

Frankrijk combineert een hoge schuldquote met beperkte economische groei en aanhoudend grote tekorten. Het Verenigd Koninkrijk plaatste onlangs zeer langlopende staatsobligaties tegen een rente die sinds de oprichting van zijn huidige schuldagentschap niet eerder was gezien.

Hoge rentes maken het moeilijker om een recessie simpelweg met grote begrotingsprogramma's te bestrijden. Nieuwe stimulering vereist nieuwe financiering, terwijl de markt juist al om een hogere vergoeding vraagt om overheidsschuld te bezitten.

Daarmee ontstaat een verschil met eerdere crises. De potentiële fiscale reactie is niet verdwenen, maar zij is duurder en kan zelf bijdragen aan de druk op lange rentes wanneer beleggers twijfelen aan de toekomstige schuldontwikkeling.

AI is inmiddels niet alleen een groeiverhaal maar ook een financieringsverhaal

De AI-boom heeft de Amerikaanse economie en aandelenmarkt uitzonderlijk sterk ondersteund. Dat blijft een belangrijke fundamentele kracht, maar de omvang van de investeringscyclus heeft ook een nieuwe afhankelijkheid van kapitaalmarkten gecreëerd.

AI-gerelateerde schuldemissies zijn in 2026 explosief gegroeid. Door de zomer was bijna $500 miljard aan AI-gerelateerde schuld geplaatst, een zeer groot aandeel van de Amerikaanse investment-grade uitgiftemarkt.

Dat geld financiert niet alleen chips. Het gaat naar datacenters, elektriciteitsnetwerken, energievoorziening, glasvezel, koeling en enorme bouwprojecten waarvan de inkomsten soms pas jaren later volledig zichtbaar worden.

Het risico ontstaat wanneer financiering duurder wordt terwijl projecten vertraging oplopen. De economische waarde van AI hoeft daarvoor niet ter discussie te staan. Een uitstekend project kan financieel minder aantrekkelijk worden wanneer de benodigde investering groter wordt, de rente hoger ligt en de cashflow later begint.

Een perfecte storm zou de AI-cyclus daarom niet noodzakelijk stoppen, maar wel de financieringsvoorwaarden radicaal veranderen waarop een groot gedeelte van die expansie is gebaseerd.

Banken staan midden in dezelfde financieringsketen

Wall Street heeft enorm geprofiteerd van de AI-investeringsgolf. Banken begeleiden aandelen- en obligatie-uitgiften, financieren datacenters, verstrekken revolving credit en structureren projectfinanciering.

Dat maakt AI-financiering ook relevant voor de financiële sector. Grote banken hebben aanzienlijke bedragen helpen ophalen en transacties rond individuele AI-bedrijven en datacenterprojecten lopen inmiddels in de tientallen miljarden dollars.

Dat is niet hetzelfde als zeggen dat banken nu een problematische AI-exposure hebben. Amerikaanse banken beschikken in het algemeen over sterke kapitaalposities en de grote instellingen zijn veel robuuster dan vóór de financiële crisis.

De kwetsbaarheid zit in de combinatie. Wanneer een hogere rente tegelijkertijd commercieel vastgoed, consumentenkrediet, projectfinance en bepaalde leveraged borrowers raakt, kunnen meerdere afzonderlijk beheersbare exposures op hetzelfde moment verslechteren.

Private credit is moeilijker te volgen totdat stress zichtbaar wordt

Private credit is waarschijnlijk een van de interessantste potentiële transmissiekanalen omdat prijsontdekking daar veel minder direct plaatsvindt dan op publieke obligatiemarkten.

De sector is enorm gegroeid doordat middelgrote en leveraged ondernemingen steeds vaker rechtstreeks bij private fondsen lenen. Dat heeft veel bedrijven toegang tot kapitaal gegeven die zij via traditionele obligatiemarkten moeilijker zouden krijgen.

Er zijn echter al tekenen dat niet iedere lening probleemloos presteert. Amerikaanse BDC's hebben in 2026 meer leningen afgewaardeerd en het aandeel non-accruals is gestegen. Vooral softwareleningen vallen op, mede doordat AI de vooruitzichten van bepaalde traditionele softwaremodellen verandert.

Private credit wordt pas echt kwetsbaar wanneer hoge basisrentes lang blijven staan. Veel leningen zijn floating rate, waardoor de rentelast van de borrower direct hoog blijft terwijl de winst mogelijk begint te vertragen.

De vertraging waarmee private waarderingen worden aangepast kan aanvankelijk rust suggereren. Juist daardoor kan stress plotseling groter lijken wanneer herfinanciering, covenant-problemen of defaults uiteindelijk niet langer kunnen worden uitgesteld.

Credit kan het verschil maken tussen correctie en crisis

Een van de belangrijkste indicatoren in dit scenario is daarom niet de S&P 500, maar de creditmarkt.

Bedrijven betalen uiteindelijk de risicovrije rente plus een credit spread. Wanneer Treasuries stijgen van bijvoorbeeld 4% naar bijna 5%, maar spreads rustig blijven, is de financieringsschok nog relatief beheersbaar.

Wanneer beide tegelijk stijgen, verandert de rekensom snel. Een onderneming die bij een eerdere financieringsronde 5% betaalde kan dan bij herfinanciering ineens met 8%, 9% of meer worden geconfronteerd.

Dat heeft gevolgen voor veel meer dan interest expense. Investeringen worden geannuleerd, overnames worden moeilijker, buybacks worden geschrapt en bedrijven gaan personeel en andere kosten reduceren om cash te bewaren.

Credit spreads zijn momenteel relatief krap. In een perfect-stormscenario is juist een plotselinge verbreding daarvan een van de duidelijkste signalen dat het probleem van marktwaardering naar de reële financiering van bedrijven is verschoven.

Hoge leverage kan een fundamentele beweging technisch versnellen

Het Amerikaanse financiële systeem is veel beter gekapitaliseerd dan in 2008, maar dat betekent niet dat leverage is verdwenen. Zij zit alleen op andere plaatsen.

De leverage bij hedgefondsen bevindt zich rond historische recordniveaus en is sterk geconcentreerd bij grote fondsen. Zij gebruiken die leverage onder meer in Treasuries, rentederivaten en aandelenstrategieën.

Een bijzonder aandachtspunt is de enorme hoeveelheid repo-financiering die wordt gebruikt voor relative-value- en Treasury-basisstrategieën. Deze trades proberen zeer kleine prijsverschillen met veel leverage te verdienen.

Dat werkt uitstekend zolang volatiliteit beheersbaar blijft en financiering beschikbaar is. Wanneer rentes abrupt bewegen, haircuts stijgen en dealers hun Value-at-Risk-limieten naderen, kan het systeem echter gedwongen worden leverage af te bouwen.

De prijsbeweging wordt dan losgekoppeld van de fundamentele mening van beleggers. Posities worden verkocht omdat financiering of risicolimieten dat afdwingen.

Dat is een van de mechanismen waardoor een correctie plotseling veel sneller kan verlopen dan economische modellen suggereren.

Japan kan tegelijkertijd mondiale liquiditeit terugtrekken

Japan verdient in deze analyse veel meer aandacht dan het doorgaans krijgt. Decennialang waren vrijwel gratis yen een belangrijke financieringsbron voor wereldwijde carry trades.

Dat regime verandert. Japanse rentes zijn fors gestegen en de Bank of Japan beweegt richting verdere normalisering, terwijl de yen de afgelopen weken duidelijk sterker is geworden.

Cross-border yen borrowing, een ruwe maatstaf voor de omvang van potentieel yen-gefinancierde posities, bereikte eerder ongeveer ¥360 biljoen. Niemand weet welk gedeelte daarvan daadwerkelijk klassieke carry trade is, maar het bedrag laat zien hoe groot de internationale rol van goedkoop yen-kapitaal is geworden.

Wanneer de yen snel stijgt, verandert de trade dubbel negatief. De financieringskosten nemen toe en de valuta waarin de lening moet worden terugbetaald wordt duurder.

Dan moeten beleggers posities in Amerikaanse obligaties, emerging markets, valuta's en aandelen terugbrengen. De unwind van 2024 heeft al laten zien dat een abrupte beweging in de yen in korte tijd wereldwijd tot gedwongen risicoreductie kan leiden.

China kan in dit scenario minder gemakkelijk de wereld opvangen

In eerdere mondiale vertragingen keek de markt vaak naar China als bron van nieuwe stimulus en grondstoffenvraag. Die rol is tegenwoordig minder vanzelfsprekend.

De Chinese vastgoedsector blijft zwak. Voor 2026 wordt opnieuw een forse daling van vastgoedinvesteringen verwacht en de jarenlange correctie bij ontwikkelaars blijft drukken op huishoudvertrouwen en lokale overheidsfinanciën.

Tegelijkertijd zou China in een perfect-stormscenario juist hogere importprijzen betalen voor verschillende grondstoffen en energieproducten. Een zwakke binnenlandse vraag gecombineerd met hogere inputkosten is aanzienlijk minder gunstig dan een klassieke Chinese reflatiecyclus.

Daarmee ontbreekt mogelijk een tweede traditionele buffer. Niet alleen westerse centrale banken hebben minder vrijheid; ook China kan minder gemakkelijk met een nieuwe vastgoed- en kredietboom de mondiale vraag ondersteunen zonder bestaande onevenwichtigheden verder te vergroten.

Emerging markets krijgen de schok via meerdere kanalen

Voor energie-importerende emerging markets is de combinatie bijzonder onaangenaam.

Hogere olieprijzen verslechteren de handelsbalans en verhogen binnenlandse inflatie. Tegelijkertijd trekken hoge Amerikaanse yields internationaal kapitaal richting dollarassets, waardoor lokale valuta's onder druk kunnen komen.

Een zwakkere munt maakt geïmporteerde energie vervolgens opnieuw duurder. Centrale banken kunnen daarop reageren met hogere rentes of valuta-interventies, maar beide maatregelen hebben economische kosten.

India laat momenteel zien hoe snel dit mechanisme zichtbaar kan worden wanneer olie richting $100 stijgt. In een bredere perfect storm zou hetzelfde patroon vooral landen raken die afhankelijk zijn van energie-import, externe dollarfinanciering en buitenlandse portefeuille-instroom.

Aandelen krijgen eerst een waarderingsschok

De eerste echte impact op de aandelenmarkt hoeft niets met recessie te maken te hebben.

Wanneer de 10-jaarsrente stijgt, neemt de vereiste rendementseis op aandelen toe. De waarde van toekomstige cashflows daalt en beleggers zijn minder bereid hoge multiples te betalen.

Dit treft vooral lange-durationaandelen. Technologie en andere groeibedrijven waarvan een groot gedeelte van de waardering gebaseerd is op winsten ver in de toekomst zijn mathematisch gevoeliger voor een hogere discount rate.

Vastgoed krijgt dezelfde beweging via cap rates en financieringskosten. Small caps zijn gevoeliger doordat zij gemiddeld meer afhankelijk zijn van bankkrediet en herfinanciering dan de grootste cashrijke ondernemingen.

Een dergelijke daling kan plaatsvinden terwijl analisten hun winsttaxaties nog helemaal niet hebben aangepast. Dat is fase één.

Daarna ontstaat het gevaarlijkste deel: de winst zelf gaat omlaag

Fase twee is fundamenteler.

Langdurig dure energie verhoogt productiekosten. Hogere rentes verhogen de interest expense. Zwakkere consumentenbestedingen verminderen volumes en bedrijven met beperkte pricing power moeten een groter deel van de inflatie zelf absorberen.

Op dat moment begint de consensus winst per aandeel naar beneden bij te stellen.

Voor een index ontstaat dan de slechtste rekenkundige combinatie: de multiple die beleggers willen betalen daalt terwijl tegelijkertijd de winst waarop die multiple wordt toegepast kleiner wordt.

Een aandeel dat van 25 naar 20 keer winst gaat terwijl de verwachte winst gelijk blijft, krijgt een waarderingscorrectie. Wanneer die verwachte winst vervolgens ook 15% lager wordt, wordt de tweede beweging aanzienlijk pijnlijker.

Dit is het moment waarop een marktdaling van een macroverhaal verandert in een echte earnings cycle.

De traditionele obligatiebuffer kan ontbreken

Veel portefeuilles zijn gebouwd op de veronderstelling dat staatsobligaties stijgen wanneer aandelen dalen.

Dat mechanisme werkt uitstekend bij een vraaggedreven recessie. Groei vertraagt, inflatie neemt af en centrale banken verlagen de rente, waardoor langlopende staatsobligaties profiteren.

Een geopolitieke supply shock is anders. Wanneer aandelen dalen omdat energie inflatie veroorzaakt en centrale banken niet kunnen versoepelen, kunnen lange obligaties tegelijkertijd worden verkocht.

Een portefeuille met 60% aandelen en 40% obligaties krijgt dan geen automatische compensatie vanuit de obligatiekant.

Dat hoeft niet permanent zo te blijven. Wanneer de economische schade uiteindelijk groot genoeg wordt, kan de groeivertraging de inflatie alsnog overvleugelen en kunnen staatsobligaties later opnieuw bescherming bieden.

Het gevaar zit vooral in de overgangsfase waarin zowel inflatie als recessierisico stijgt.

De consument wordt uiteindelijk aan vier kanten geraakt

De Amerikaanse consument is nog steeds relatief veerkrachtig, maar gemiddelde cijfers verbergen grote verschillen tussen inkomensgroepen.

In de perfecte storm krijgt een huishouden tegelijkertijd hogere benzine- en energiekosten, dure hypotheken, hogere autoleningen en duur revolving credit.

Creditcard- en autodelinquencies liggen al hoger dan gedurende een groot gedeelte van het afgelopen decennium. Dat is nog geen brede consumentencrisis, maar het laat wel zien dat bepaalde huishoudens weinig extra ruimte hebben.

Wanneer hogere energiekosten maandenlang blijven staan, wordt discretionaire consumptie het logische aanpassingsmechanisme. Restaurants, reizen, entertainment, kleding en andere niet-essentiële uitgaven krijgen dan meer concurrentie van vaste lasten.

Daarmee komen de hogere financiële-marktrentes uiteindelijk rechtstreeks terug in de omzet van bedrijven.

Stagflatie is de macro-economische eindtoestand die markten het minst graag zien

Wanneer de keten ver genoeg doorloopt, ontstaat het risico van stagflatie: inflatie blijft te hoog terwijl de reële groei afzwakt.

Dat is niet hetzelfde als een normale recessie. Centrale banken kunnen de economie niet gemakkelijk stimuleren omdat lagere rentes opnieuw inflatie kunnen aanwakkeren, terwijl hogere rentes de groeivertraging juist versterken.

Voor ondernemingen betekent stagflatie weinig nominale verlichting. Omzet kan door prijsstijgingen redelijk blijven, terwijl volumes en echte winstgevendheid verslechteren.

Voor aandelen is dat een moeilijke omgeving omdat zowel de winstverwachting als de waarderingsmultiple onder druk kan staan. Precies daarom vormt de combinatie van een supply shock en hoge lange rente een gevaarlijker scenario dan alleen een daling van de economische groei.

Valutamarkten worden veel minder voorspelbaar

Een klassieke mondiale risk-off-beweging helpt meestal de dollar. Internationale beleggers zoeken liquiditeit en Amerikaanse staatsobligaties behoren tot de diepste markten ter wereld.

Een perfecte storm kan dat patroon ingewikkelder maken. Wanneer de Amerikaanse lange rente stijgt door een grotere fiscale risicopremie in plaats van alleen door sterke groei, hoeft een hogere Treasury-yield niet automatisch vertrouwen in de dollar uit te drukken.

De yen kan tegelijkertijd sterk profiteren wanneer carry trades worden afgebouwd. Daardoor kan de Japanse munt juist in een mondiale sell-off stijgen ondanks de economische gevolgen voor Japan.

Voor de euro ontstaat een andere afweging. Een relatief strakke ECB kan de munt ondersteunen, maar Europa's afhankelijkheid van geïmporteerde energie en de gevolgen daarvan voor de handelsbalans en industrie werken juist de andere kant op.

Valuta's worden in zo'n omgeving dus zelf een transmissiekanaal van stress in plaats van alleen een eindresultaat.

Goud kan uiteindelijk profiteren, maar de eerste reactie is niet vanzelfsprekend

Het ligt voor de hand om in ieder crisisscenario goud als winnaar te noemen, maar de werkelijkheid is ingewikkelder.

Geopolitieke onzekerheid en twijfels over fiscale duurzaamheid zijn positief voor goud. Een scherpe stijging van reële obligatierentes werkt echter juist negatief omdat goud zelf geen rente oplevert.

In de eerste fase van een perfect storm kunnen daardoor ook edelmetalen volatiel zijn. Gedwongen deleveraging kan bovendien betekenen dat beleggers winstgevende goudposities verkopen om verliezen elders te financieren.

De situatie verandert wanneer centrale banken uiteindelijk gedwongen worden liquiditeit te verschaffen of wanneer beleggers beginnen te twijfelen aan de houdbaarheid van hoge nominale schulden bij hoge rentes. Dan kan goud juist veel sterker worden.

Zilver deelt die monetaire eigenschappen maar heeft daarnaast industriële vraag, waardoor het in een zware groeivertraging aanvankelijk kwetsbaarder kan zijn en later veel agressiever kan reageren wanneer financiële condities opnieuw versoepelen.

Cyber, infrastructuur en scheepvaart vormen de echte tail risks

Een perfecte storm hoeft geen cyberaanval te bevatten, maar een reeds gespannen financieel systeem wordt veel kwetsbaarder voor onverwachte operationele verstoringen.

Energiebedrijven waarschuwen inmiddels voor complexere cyberaanvallen waarbij kunstmatige intelligentie wordt gebruikt om zwakke plekken sneller te identificeren. Rusland, Iran en andere staten of daaraan gelieerde groepen beschikken bovendien over een duidelijk strategisch motief om kritieke infrastructuur van tegenstanders te verstoren.

Betalingssystemen, elektriciteitsnetwerken, raffinaderijen, havens, pijpleidingen en communicatie-infrastructuur zijn allemaal economisch veel belangrijker dan hun gewicht in aandelenindices suggereert.

Een ernstig incident zou waarschijnlijk niet de oorzaak van de perfecte storm zijn. Het kan wel precies het soort katalysator vormen waardoor een reeds gespannen markt plotseling overschakelt van risicoreductie naar liquiditeitsbehoud.

Hoe de perfecte storm daadwerkelijk op het scherm zichtbaar wordt

Eén hoge olieprijs is voor ons onvoldoende om van een perfecte storm te spreken. Hetzelfde geldt voor een 10-jaars Treasury boven 5% of een scherpe daling van één aandelenindex.

Het scenario wordt pas werkelijk relevant wanneer meerdere markten dezelfde boodschap beginnen te geven. Dan blijven olie en gas langdurig hoog, stijgen lange staatsrentes ondanks zwakkere aandelen, lopen investment-grade en high-yield spreads uit en begint volatiliteit structureel hoger te handelen.

Tegelijkertijd zou de yen sterker worden door carry-unwinds, zou breadth binnen aandelen verslechteren en zouden cyclische bedrijven achterblijven. De meest overtuigende bevestiging komt uiteindelijk uit bedrijfsrapportages: ondernemingen die margedoelstellingen verlagen, investeringen uitstellen en expliciet wijzen op energie-, rente- of financieringskosten.

Wanneer private credit vervolgens meer non-accruals rapporteert en zwakkere bedrijven moeite krijgen met herfinanciering, is de volledige transmissieketen zichtbaar geworden.

Pas dan spreken we over iets wat werkelijk op een perfecte storm begint te lijken.

Wat kan de keten breken voordat het zover komt

Er zijn meerdere manieren waarop dit scenario vroegtijdig kan mislukken, en dat is precies waarom wij het niet als voorspelling presenteren.

Een geloofwaardige de-escalatie rond Iran en Hormuz kan de olie- en gaspremie snel terugdrukken. Daarmee neemt niet alleen energie-inflatie af, maar krijgen centrale banken opnieuw meer ruimte om naar economische groei te kijken.

Extra energieaanbod kan hetzelfde effect hebben. Sterke bedrijfswinsten en productiviteitsgroei kunnen hogere kapitaalkosten bovendien langer compenseren dan pessimistische scenario's veronderstellen.

Een geloofwaardig Amerikaans begrotingsplan kan de fiscale risicopremie in Treasuries verminderen, terwijl een ordelijke normalisering in Japan voorkomt dat de yen carry trade abrupt wordt afgewikkeld.

Ook de huidige sterke uitgangspositie van grote banken en veel investment-grade bedrijven mag niet worden genegeerd. Het financiële systeem beschikt over buffers en niet iedere marktcorrectie ontwikkelt zich tot een kredietcrisis.

Juist daarom moeten meerdere schakels tegelijkertijd breken voordat het scenario werkelijk gevaarlijk wordt.

Conclusie

Dit is geen crashvoorspelling. De perfecte storm is een hypothetisch scenario waarin bestaande risico's niet afzonderlijk uitdoven, maar elkaar beginnen te versterken.

Het gevaar ontstaat wanneer een inflationaire energieschok centrale banken beperkt, hoge kapitaalmarktrentes krediet duurder maken en de daaropvolgende vertraging uiteindelijk bedrijfswinsten, consumenten en leveraged financiële posities raakt.

Dan wordt diversificatie minder effectief en kan stress zich sneller tussen markten verplaatsen. Niet één gebeurtenis maakt zo'n omgeving uitzonderlijk gevaarlijk, maar het feit dat inflatie, rente, krediet, liquiditeit en winstverwachtingen tegelijkertijd de verkeerde kant op kunnen bewegen.

🔵 English version

The perfect storm in financial markets: oil, rates and geopolitics converge

No time to read the full article? Use the five bullets below for the key points.
■ This article is explicitly not a forecast, crash prediction or our base case. It is a scenario analysis of what could happen if several risks already visible today deteriorate simultaneously and begin reinforcing one another.
■ The most dangerous combination emerges when a prolonged energy and geopolitical shock keeps inflation elevated while economic growth begins to weaken. Central banks then have less room to support markets through rate cuts, while long-term borrowing costs may remain high or rise further.
■ The damage could spread far beyond equities. Higher sovereign yields and widening credit spreads could hit corporate finance, AI investment, banks and private credit simultaneously, while high hedge-fund leverage and a possible yen carry-trade unwind could amplify forced selling.
■ Equities would ultimately face the most damaging combination: first, valuation compression from higher discount rates, followed by lower earnings estimates due to expensive energy, rising interest expense and weaker consumption. Both the P/E ratio and the earnings to which that multiple is applied would decline.
■ A genuine perfect storm requires many things to go wrong at the same time. Middle East de-escalation, lower energy prices, easing inflation, resilient corporate earnings or renewed room for central banks to respond could break the chain before a broad financial crisis develops.

This article is not predicting that financial markets are heading towards a crash. Nor is it our expectation that all the risks discussed below will actually materialise simultaneously. The question is deliberately hypothetical: what happens if several tensions already visible today do not fade, but instead deteriorate at the same time?

That distinction is essential. Brent around $100, a U.S. 10-year yield approaching 5%, geopolitical escalation or stress within private credit are individually manageable events. A perfect storm only emerges when these factors begin reinforcing each other and the financial system's normal shock absorbers become less effective simultaneously.

Investment view

If this scenario were to materialise, our investment view would be clearly negative for broad financial markets. The unusual risk is not confined to one asset class, but lies in the possibility that several markets that normally hedge one another could come under pressure together.

A traditional growth shock normally weakens equities while also reducing inflation expectations and supporting government bonds. Central banks can subsequently cut interest rates, allowing bonds to provide a buffer and financial conditions to ease.

A geopolitically driven energy shock can produce the opposite outcome. Equities may decline while inflation rises and long-duration sovereign yields move higher as well.

Credit then becomes the next transmission channel. When both the risk-free rate and credit spreads rise, corporate financing costs increase much more rapidly than when Treasury yields move alone. That eventually affects investment, property, leveraged companies, private credit and the enormous financing requirements associated with AI infrastructure.

Technical market structures could then amplify the move. High hedge-fund leverage, yen-funded carry trades and limited options protection are not problematic while markets remain orderly. Once volatility rises abruptly, those same structures can trigger forced deleveraging.

That is the perfect storm we are analysing: not one enormous shock, but a chain in which macroeconomics, credit and market positioning begin reinforcing each other negatively.

The starting point is calmer than the risks suggest

One of the most striking features of today's market is that equities remain near elevated levels despite geopolitical tension and rising bond yields. The VIX is around 15, below its long-term median, while credit spreads remain comparatively tight.

That may be entirely rational. The global economy is still expanding, corporate earnings remain strong and the AI investment cycle in particular has delivered an exceptionally large capital impulse to the U.S. economy.

Investors have also watched several geopolitical and inflation shocks fade over recent years without producing deep recessions.

The other side of low stress is that relatively little stress is priced in. When investors hold limited protection, positioning is crowded and credit trades at tight spreads, an unexpected deterioration can require a larger repricing.

That is not a reason to predict an immediate decline. It simply means that the starting position may prove less defensive in a genuine system shock than calm volatility measures imply.

The first spark may come from energy and geopolitics

Brent has again moved towards $100 per barrel and WTI into the mid-$90s. The risk is not solely physical oil production but uncertainty surrounding transportation, infrastructure and further escalation involving Iran and the Strait of Hormuz.

Hormuz matters because a substantial share of global oil and LNG flows must transit a relatively narrow shipping corridor. Even without a complete blockade, military incidents, insurance premiums, delays and route risk increase the effective cost of energy.

Europe faces an additional vulnerability. TTF gas prices have risen sharply again while German storage levels are unusually low for this point in the year. Europe now possesses much more LNG import capacity than during the 2022 energy crisis, but that flexibility comes at a price because cargoes must be purchased in competition with Asian buyers.

Russia and Ukraine form a second geopolitical layer. Renewed attacks on ports, export infrastructure and energy assets around the Black Sea demonstrate that the war can still directly influence commodities, food flows and infrastructure years after the original invasion.

None of these factors needs to trigger a financial crisis independently. In a perfect storm, they prevent the initial energy shock from fading fast enough to give the rest of the system relief.

When expensive energy moves from inflation into growth

The first economic reaction to higher oil and gas is inflationary. Gasoline, diesel, jet fuel, electricity, transportation and petrochemical inputs become more expensive, forcing companies to decide how much of the increase can be passed on.

Initially this can remain largely a pricing issue. Companies use hedges, existing contracts and inventories, delaying the full effect on reported earnings.

A prolonged shock changes the mechanism. Hedges expire, new contracts reset at higher prices and transportation surcharges eventually work through almost every physical goods supply chain.

The growth effect then appears. Households spending more on fuel, power and heating have less room for discretionary purchases, while businesses with limited pricing power absorb more of the cost themselves.

At that point, the energy shock has acquired two faces: inflation remains elevated while real demand begins weakening. That is precisely the combination that makes the next step difficult for central banks.

Central banks lose their normal emergency exit

A rapidly weakening economy is usually eventually positive for bonds because central banks can cut interest rates and reduce financing costs.

The mechanism works much less effectively in a perfect storm. If oil and gas are reaccelerating inflation, policymakers cannot simply respond to weaker growth with aggressive easing without risking a further deterioration in inflation expectations.

This dilemma is not confined to the United States. Europe faces imported energy inflation directly, while Japan is moving further away from the ultra-low-rate regime that supplied cheap global capital for decades.

Financial markets therefore lose an important safety net. The assumption that every selloff will eventually be rescued by easier central-bank policy becomes much less reliable when the original shock itself is inflationary.

Long-term yields become the main transmission belt

If central banks cannot ease while investors demand more compensation for inflation risk, the long end of the yield curve can continue moving higher.

The U.S. 10-year yield is around 4.8%, while 30-year rates remain above 5%. Other major bond markets are experiencing the same repricing of long-term capital, including unusually high UK gilt yields and a dramatic rise in Japanese government borrowing costs.

This affects almost every financial valuation. Mortgages become more expensive, corporate bonds require higher coupons and commercial property must be valued against higher capitalisation rates.

For equities, the discount rate rises. A company can maintain precisely the same earnings outlook and still become less valuable when investors can obtain a higher risk-free return elsewhere.

Governments face a self-reinforcing challenge as well. Debt carrying old, low coupons matures and must be refinanced at higher rates, increasing interest expense and placing additional pressure on future budgets.

Fiscal vulnerability then becomes part of the storm

The United States dominates the discussion because federal debt exceeds $40 trillion and the budget deficit is roughly 6% of GDP, but the issue is not uniquely American.

France combines a high debt burden with limited economic growth and persistent deficits. The United Kingdom recently issued very long-dated government debt at exceptionally high yields.

High borrowing costs make it harder to respond to recession simply through large fiscal packages. New stimulus requires new financing while markets are already demanding greater compensation for holding sovereign debt.

This marks a difference from previous crises. Fiscal capacity has not disappeared, but using it is more expensive and may itself push long-term yields higher if investors become concerned about the future debt trajectory.

AI is now a financing story as well as a growth story

The AI boom has provided exceptional support to both the U.S. economy and equity market. That remains a major fundamental force, but the scale of investment has also created a new dependency on capital markets.

AI-related debt issuance has exploded in 2026. By the summer, close to $500 billion of AI-linked debt had been sold, representing a very large share of U.S. investment-grade issuance.

The financing extends far beyond chips. Capital is required for data centres, electricity grids, power generation, fibre, cooling and vast construction programmes whose revenues may only become fully visible years later.

The risk arises when financing becomes more expensive while project delivery is delayed. AI does not need to lose its economic value for this to matter. An excellent project becomes financially less attractive if construction costs rise, interest rates are higher and cash generation begins later.

A perfect storm would therefore not necessarily end the AI investment cycle, but it could radically change the financing assumptions underlying a large part of that expansion.

Banks sit in the middle of the same financing chain

Wall Street has benefited enormously from the AI investment wave. Banks arrange equity and bond issuance, finance data centres, provide revolving credit and structure project finance.

That makes AI financing relevant for the financial system as well. Large banks have helped raise enormous amounts of capital, while individual AI-related loans and infrastructure packages now reach tens of billions of dollars.

This is not the same as saying that banks currently have a dangerous AI exposure. U.S. banks generally hold strong capital positions and the largest institutions are substantially more resilient than before the global financial crisis.

The vulnerability lies in combination. If higher rates simultaneously pressure commercial real estate, consumer credit, project finance and selected leveraged borrowers, several individually manageable exposures can deteriorate at the same time.

Private credit is harder to monitor until stress becomes visible

Private credit may be one of the most interesting potential transmission channels because price discovery is considerably less immediate than in public bond markets.

The sector has expanded rapidly as middle-market and leveraged companies increasingly borrow directly from private funds. This has provided financing to businesses that might otherwise struggle to access traditional bond markets.

There are already signs that not every loan is performing smoothly. U.S. BDCs have marked down more loans in 2026 and non-accruals have risen, with software lending attracting particular attention as AI changes the competitive position of some traditional software businesses.

Private credit becomes more vulnerable when high base rates persist. Many loans carry floating rates, meaning borrowers' interest expense stays elevated even as earnings may begin slowing.

The lag in private valuations can initially create an appearance of stability. That is precisely why stress can appear abruptly when refinancing, covenant problems or defaults can no longer be postponed.

Credit can determine whether a correction becomes a financing problem

One of the most important indicators in this scenario is therefore not the S&P 500 but the credit market.

Companies ultimately pay the risk-free rate plus a credit spread. If Treasury yields rise while spreads remain calm, the financing shock can remain manageable.

If both move higher simultaneously, the arithmetic changes quickly. A company that previously financed itself at 5% may suddenly face refinancing at 8%, 9% or more.

The consequences extend beyond interest expense. Capital spending is cancelled, acquisitions become harder to finance, buybacks are reduced and companies cut employees and other expenses to preserve cash.

Credit spreads remain relatively tight today. In a perfect-storm scenario, a sudden widening would be one of the clearest signals that the problem has moved from asset valuation into the actual financing of companies.

High leverage can technically accelerate a fundamental move

The U.S. financial system is far better capitalised than in 2008, but leverage has not disappeared. It has moved to different parts of the system.

Hedge-fund leverage is around historical highs and concentrated among large funds. This leverage supports positions in Treasuries, interest-rate derivatives and equities, among other strategies.

One particular area of interest is the huge amount of repo financing used for relative-value and Treasury basis trades. Such strategies attempt to capture tiny price discrepancies using significant leverage.

They work well while volatility remains controlled and financing is readily available. If rates move violently, haircuts increase and dealer Value-at-Risk approaches internal limits, the system may be forced to reduce leverage.

Price moves then become detached from investors' fundamental opinions. Positions are sold because funding and risk limits require it.

That is one mechanism through which an ordinary correction can suddenly move much faster than macroeconomic models suggest.

Japan could withdraw global liquidity at the same time

Japan deserves much more attention in this analysis than it usually receives. For decades, almost free yen funding provided an important source of capital for global carry trades.

That regime is changing. Japanese yields have risen sharply, the Bank of Japan is moving towards further normalisation and the yen has strengthened materially.

Cross-border yen borrowing, a rough proxy for potentially yen-funded positions, previously reached around ¥360 trillion. No one knows what portion represents traditional carry trades, but the figure illustrates the enormous international role of cheap yen financing.

A rapidly stronger yen turns the trade negative from two directions. Funding becomes more expensive and the currency in which the borrowing must ultimately be repaid appreciates.

Investors may then reduce positions in U.S. bonds, emerging markets, currencies and equities. The 2024 unwind already demonstrated that a sharp yen move can produce rapid global risk reduction.

China may be less able to cushion the world

During previous global slowdowns, markets often looked to China for another round of stimulus and commodity demand. That role is less certain today.

China's property market remains weak. Property investment is expected to contract sharply again in 2026 and the prolonged correction among developers continues to weigh on household confidence and local-government finances.

In a perfect storm, China could simultaneously face higher import prices for several commodities and energy products. Weak domestic demand combined with higher input costs is significantly less favourable than a conventional Chinese reflation cycle.

A second traditional buffer may therefore be missing. Western central banks have less freedom, while China may also find it harder to generate another property- and credit-driven global demand surge without worsening existing imbalances.

Emerging markets receive the shock through several channels

For energy-importing emerging economies, the combination is particularly difficult.

Higher crude prices weaken trade balances and increase domestic inflation. High U.S. yields simultaneously attract capital towards dollar assets, placing pressure on local currencies.

A weaker currency then makes imported energy more expensive again. Central banks can respond with tighter monetary policy or currency intervention, but both carry economic costs.

India currently demonstrates how quickly this mechanism can become visible as crude approaches $100. In a broader perfect storm, similar pressure would be greatest in countries dependent on energy imports, dollar funding and foreign portfolio flows.

Equities first face a valuation shock

The initial impact on equities does not require a recession.

As the 10-year yield rises, the required return on stocks increases. Future cash flows are worth less and investors become less willing to pay high multiples.

Long-duration equities are the most sensitive. Technology and other growth companies whose valuations depend heavily on earnings far into the future are mathematically more exposed to higher discount rates.

Property experiences the same mechanism through capitalisation rates and financing costs. Small caps tend to be more sensitive because they are generally more dependent on bank credit and refinancing than the largest cash-rich corporations.

This decline can take place while analysts have not yet changed a single earnings forecast. That is phase one.

The more dangerous second phase is falling earnings

Phase two is fundamentally more important.

Prolonged expensive energy increases production costs. Higher rates raise interest expense. Weaker consumer spending reduces volumes, while businesses with little pricing power absorb a greater share of inflation themselves.

Analysts then begin reducing earnings-per-share estimates.

For an index, the arithmetic becomes particularly damaging: investors are willing to pay a lower multiple at precisely the same time as the earnings to which that multiple is applied are shrinking.

A stock moving from 25 to 20 times earnings while expected profits remain unchanged experiences a valuation correction. If expected earnings subsequently fall 15%, the second leg becomes substantially more painful.

That is the point at which a market decline changes from a macro story into a genuine earnings cycle.

The traditional bond buffer may fail

Many portfolios are constructed on the assumption that government bonds rise when stocks fall.

That works well in a demand-driven recession. Growth slows, inflation falls and central banks cut rates, allowing long-duration sovereign bonds to rally.

A geopolitical supply shock is different. If equities decline because energy is causing inflation and central banks cannot ease, long-duration bonds can be sold at the same time.

A conventional 60/40 portfolio then receives far less automatic protection from its bond allocation.

This relationship does not need to persist indefinitely. If the economic damage becomes severe enough, weaker growth can eventually overwhelm inflation and government bonds may again provide protection.

The most dangerous period is the transition phase in which both inflation and recession risk are rising.

Consumers ultimately face four bills at once

The U.S. consumer remains relatively resilient overall, but aggregate numbers hide significant differences across households.

In the perfect storm, consumers simultaneously face more expensive fuel and utilities, high mortgage rates, expensive auto finance and costly revolving credit.

Credit-card and auto-loan delinquencies already sit above much of the past decade. This does not represent a broad consumer crisis, but it does indicate that some households have limited additional capacity.

If higher energy costs persist for months, discretionary consumption becomes the natural adjustment mechanism. Restaurants, travel, entertainment, apparel and other non-essential categories then compete with higher fixed expenses.

That is how rising financial-market rates ultimately return to corporate revenues.

Stagflation is the macro outcome markets least want

If the chain extends far enough, stagflation becomes the central risk: inflation remains too high while real economic growth weakens.

This differs from a normal recession. Central banks cannot easily stimulate because lower rates could reignite inflation, while higher rates further damage growth.

For companies, stagflation provides little relief from nominal revenue growth. Sales may appear reasonable because prices are rising even as volumes and underlying profitability deteriorate.

For equities, this is difficult because both earnings expectations and valuation multiples can fall. That is precisely why the combination of a supply shock and high long-term yields is more dangerous than a simple slowing of economic activity.

Currency markets become much less predictable

A conventional global risk-off move usually benefits the dollar. International investors seek liquidity and U.S. government securities remain among the deepest markets in the world.

A perfect storm can complicate that pattern. If U.S. yields rise because the fiscal risk premium is increasing rather than simply because growth is strong, a higher Treasury yield need not automatically represent greater confidence in the dollar.

The yen could simultaneously strengthen as carry trades are unwound, allowing Japan's currency to rise during a global selloff despite negative consequences for the Japanese economy.

The euro faces a different balance. A relatively hawkish ECB can support the currency, while Europe's dependence on imported energy and the impact on industry and trade work in the opposite direction.

Currencies therefore become an additional transmission channel rather than simply a final market outcome.

Gold may ultimately benefit, but the first move is not guaranteed

It is tempting to label gold an automatic winner in every crisis, but the reality is more complicated.

Geopolitical uncertainty and concerns about fiscal sustainability support gold. Sharply rising real bond yields, however, work in the opposite direction because gold itself pays no interest.

Precious metals can therefore be volatile during the first stage of a perfect storm. Forced deleveraging may even lead investors to sell profitable gold positions to finance losses elsewhere.

The situation changes if central banks ultimately have to provide liquidity or investors begin questioning the sustainability of very high nominal debt burdens at elevated rates. Gold could then strengthen substantially.

Silver shares gold's monetary characteristics but also depends on industrial demand, making it potentially more vulnerable during the initial growth shock and much more explosive if financial conditions subsequently ease.

Cyber, infrastructure and shipping are the true tail risks

A perfect storm does not require a cyberattack, but an already stressed financial system becomes more vulnerable to unexpected operational disruptions.

Energy companies are increasingly warning about sophisticated cyberattacks using artificial intelligence to locate vulnerabilities more rapidly. Russia, Iran and other state or affiliated groups also have strategic incentives to disrupt critical infrastructure belonging to opponents.

Payment systems, electricity grids, refineries, ports, pipelines and communications infrastructure are all far more economically important than their weight in equity indices suggests.

A major incident would probably not cause the perfect storm by itself. It could, however, provide exactly the catalyst that moves an already stressed market from risk reduction towards outright liquidity preservation.

What the perfect storm would actually look like on the screen

One high oil price would not be enough for us to call this a perfect storm. Nor would a 10-year Treasury above 5% or a sharp decline in one stock index.

The scenario becomes genuinely relevant when several markets begin delivering the same message. Oil and gas remain elevated, long sovereign yields continue rising despite weaker stocks, investment-grade and high-yield spreads widen and volatility settles at materially higher levels.

At the same time, the yen would strengthen through carry unwinds, equity breadth would deteriorate and cyclical stocks would underperform. The strongest confirmation would ultimately come from corporate reports as companies cut margin targets, defer investment and explicitly cite energy, interest or financing costs.

If private credit then reports more non-accruals and weaker companies struggle to refinance, the full transmission chain would have become visible.

Only then would the market truly begin to resemble a perfect storm.

What could break the chain before that happens

There are many ways this scenario can fail to materialise, which is precisely why we do not present it as a forecast.

Credible de-escalation involving Iran and Hormuz could rapidly remove the oil and gas risk premium. That would reduce energy inflation and restore more freedom for central banks to focus on growth.

Additional energy supply could have a similar effect. Strong corporate earnings and productivity growth may also absorb higher capital costs for longer than pessimistic scenarios assume.

A credible U.S. fiscal programme could reduce the risk premium embedded in Treasuries, while an orderly Japanese policy normalisation could prevent an abrupt yen carry-trade unwind.

The strong capital position of major banks and many investment-grade corporations should not be ignored either. The financial system possesses meaningful buffers and not every market correction develops into a credit crisis.

Multiple links in the chain therefore need to fail at the same time before the scenario becomes genuinely dangerous.

Conclusion

This is not a crash prediction. The perfect storm is a hypothetical scenario in which existing risks fail to fade independently and instead begin reinforcing one another.

The danger emerges when an inflationary energy shock constrains central banks, high long-term borrowing costs make credit more expensive and the resulting slowdown eventually reaches corporate earnings, consumers and leveraged financial positions.

Diversification then becomes less effective and stress can move more rapidly between markets. What would make such an environment unusually dangerous is not one individual event, but the possibility that inflation, interest rates, credit, liquidity and earnings expectations all begin moving in the wrong direction at the same time.

Disclaimer Aan de door ons opgestelde informatie kan op geen enkele wijze rechten worden ontleend. Alle door ons verstrekte informatie en analyses zijn geheel vrijblijvend. Alle consequenties van het op welke wijze dan ook toepassen van de informatie blijven volledig voor uw eigen rekening.

Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen of schade die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de door ons gepubliceerde informatie. U bent zelf eindverantwoordelijk voor de beslissingen die u neemt met betrekking tot uw beleggingen.

Zie kansen op het juiste moment

Maak meer kans op winst, dankzij actuele informatie, onafhankelijk commentaar en door het volgen van doelen.