🧠 Aandelen: AI en werkgelegenheid - Angst vervanging mogelijk overdreven
De discussie rond kunstmatige intelligentie wordt de laatste tijd vaak gedomineerd door het idee dat AI grote delen van de arbeidsmarkt snel zal vervangen. Nieuwe data wijzen echter op een ander beeld. Maar klopt dat wel?
Uit onderzoek en data van onder meer Citadel Securities blijkt namelijk dat de vraag naar software engineers juist sterk blijft stijgen, ondanks de snelle vooruitgang van AI.
Dit lijkt een klassiek voorbeeld te zijn van de zogenoemde Jevons-paradox. Wanneer technologie iets goedkoper maakt, wordt er vaak juist méér van gebruikt in plaats van minder.

In het geval van AI betekent dit dat softwareontwikkeling goedkoper en sneller wordt, waardoor bedrijven uiteindelijk meer software willen bouwen en daardoor juist meer engineers nodig kunnen hebben.
Belangrijke punten uit de recente data en analyses:
- Vacatures voor software engineers liggen ongeveer 11 procent hoger dan een jaar geleden.
- De Amerikaanse werkloosheid ligt rond 4,28 procent.
- AI-capex bedraagt inmiddels ongeveer 2 procent van het Amerikaanse BBP, circa 650 miljard dollar.
- AI-gerelateerde grondstoffen zijn sinds begin 2023 met ongeveer 65 procent gestegen.
- In de Verenigde Staten staan momenteel ongeveer 2.800 datacenters gepland voor bouw.
Investment view
In onze optiek is de recente angst rond kunstmatige intelligentie mogelijk te ver doorgeschoten in de markt. In de afgelopen periode zijn verschillende technologieaandelen en softwarebedrijven onder druk gekomen doordat beleggers vrezen dat AI bepaalde bedrijfsmodellen zal vervangen of uithollen.
Juist die angst kan echter op een geschikt moment opnieuw kansen creëren. Wanneer markten een narratief te ver doortrekken, ontstaan er regelmatig waarderingen die tijdelijk te laag worden voor bedrijven die uiteindelijk juist profiteren van dezelfde technologie waar beleggers nu bang voor zijn.
Daarom begint onze investment view met een belangrijk uitgangspunt te draaien: de huidige AI-angst kan in tweede instantie juist kansen bieden in verschillende aandelen en sectoren.
- De recente koersdruk in delen van de technologiesector lijkt deels gedreven door het narratief dat AI banen en bedrijven zal vervangen.
- De beschikbare data laten echter zien dat de vraag naar software engineers juist stijgt.
- Goedkopere softwareontwikkeling kan leiden tot méér software en dus meer vraag naar talent.
- AI kan daardoor eerder een complementaire technologie blijken dan een pure vervanger van arbeid.
- Voor beleggers kan dat op termijn nieuwe kansen creëren in software, cloud, halfgeleiders en infrastructuur.
De huidige discussie rond AI wordt vaak gedomineerd door het idee dat technologie exponentieel groeit en daardoor ook exponentieel banen zal vervangen. In werkelijkheid laat economische geschiedenis zien dat de verspreiding van nieuwe technologie meestal veel geleidelijker verloopt.
Wanneer software goedkoper wordt om te bouwen, verschuift het economische evenwicht. Bedrijven gaan dan software toepassen in sectoren waar dat voorheen simpelweg te duur was. Hierdoor ontstaat juist een uitbreiding van de totale vraag naar digitale toepassingen.
Voor de arbeidsmarkt betekent dit dat AI in veel gevallen eerder een hulpmiddel wordt dat de productiviteit verhoogt dan een directe vervanger van arbeid. Programmeurs, engineers en technische specialisten blijven nodig om systemen te bouwen, te integreren en te onderhouden.
Voor beleggers is dit een belangrijk punt. Als de huidige angst rond AI overdreven blijkt, kan dat op termijn opnieuw interesse aanwakkeren voor bedrijven die profiteren van de digitalisering van de economie. Denk daarbij aan softwarebedrijven, cloudplatforms, halfgeleiderproducenten, datacenterexploitanten en energiebedrijven die de enorme vraag naar rekenkracht ondersteunen.
AI-adoptie groeit, maar niet explosief
Een belangrijk element in het debat is de snelheid waarmee AI daadwerkelijk wordt ingevoerd in de economie. Data van de St. Louis Fed uit de Real Time Population Survey laten zien dat het gebruik van generatieve AI wel toeneemt, maar dat de intensiteit van het dagelijkse gebruik relatief stabiel blijft.
Met andere woorden: hoewel steeds meer mensen AI gebruiken, is er nog weinig bewijs dat grote delen van het dagelijkse werk al volledig door AI worden overgenomen.
Historisch gezien verloopt de adoptie van technologie vrijwel altijd volgens een S-curve. In de beginfase gaat adoptie langzaam omdat de technologie duur is en bedrijven hun processen moeten aanpassen. Daarna volgt een versnelling wanneer kosten dalen en infrastructuur wordt opgebouwd. Uiteindelijk bereikt de groei een plateau.
In de huidige discussie wordt de versnellingsfase vaak lineair doorgetrokken naar de toekomst, terwijl de economische realiteit meestal complexer is.
Compute, energie en infrastructuur als natuurlijke rem
Een ander element dat vaak wordt onderschat in het AI-debat is de fysieke infrastructuur die nodig is om grootschalige automatisering mogelijk te maken. Training en gebruik van AI-modellen vereisen enorme hoeveelheden halfgeleiders, datacenters en energie.
Als AI daadwerkelijk een groot deel van de economie zou automatiseren, zou de vraag naar rekenkracht exponentieel stijgen. Dat zou op zijn beurt de marginale kosten van compute verhogen. Wanneer die kosten hoger worden dan de kosten van menselijke arbeid voor bepaalde taken, ontstaat automatisch een economische grens aan verdere automatisering.
Met andere woorden: zelfs als algoritmen steeds beter worden, betekent dat nog niet dat de economische inzet van AI onbeperkt kan groeien.
Productiviteitschok in plaats van vraagvernietiging
Disclaimer Aan de door ons opgestelde informatie kan op geen enkele wijze rechten worden ontleend. Alle door ons verstrekte informatie en analyses zijn geheel vrijblijvend. Alle consequenties van het op welke wijze dan ook toepassen van de informatie blijven volledig voor uw eigen rekening.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de mogelijke gevolgen of schade die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de door ons gepubliceerde informatie. U bent zelf eindverantwoordelijk voor de beslissingen die u neemt met betrekking tot uw beleggingen.